Uitgangspunten
van de integratieve kindertherapie
Het belangrijkste uitgangspunt is dat het kind 'ergens last van heeft' of ‘een
klacht heeft’ omdat het problemen als zodanig ervaart.
De therapie richt zich op het ‘ontdekken’ van oplossingen die meestal
al wel in kinderen aanwezig zijn, maar niet als zodanig herkend of toegepast.
Wanneer er een verschil bestaat tussen de klacht van het kind en een (eventuele)
klacht van de ouders, dan zal de klacht van het kind uitgangspunt zijn voor
de therapie.
In dat geval betalen de ouders de therapeut, maar de hulp is gericht op het
kind.
De inhoud van de eerste 5 sessies wordt soms op video opgenomen; die opnamen
staan ten dienste van de therapeut. De opnamen kunnen op geen enkele wijze zonder
uitdrukkelijke toestemming van het kind getoond of besproken worden. Het kind
heeft recht op privacy in dienst van de therapie, tenzij het zelf vraagt om
daarvan af te wijken.
Wat te doen
als kinderen geen klacht hebben?
Wanneer je als therapeut in overleg met ouders tot de conclusie komt dat er
een probleem is, maar niet als zodanig ervaren door het kind, dan kan de volgende
werkwijze gehanteerd worden:
als therapeut biedt je het kind de 'klacht / hulpvraag' aan: “je ouders
denken dat er een probleem is…..jij niet” Dat betekent dat jij met
het volgende probleem zit: “je ouders begrijpen jou niet”!
Hoe ziet
het overzicht van de therapie eruit?
Het kind wordt zelf ingeschakeld om de eigen problemen aan te pakken. Omdat
het kind een ‘relatie’ heeft met de klacht, blijft het als probleem
bestaan.
De therapeut zal het kind met respect de ruimte bieden om binnen de eigen mogelijkheden
oplossingen te ontdekken.
Het toepassen van dit principe lijkt de therapie- duur behoorlijk te kunnen
bekorten.
Er zijn 4 fases te onderscheiden:
De intake fase waarin de therapeut met de ouders het probleem van het kind bespreekt.
De verkennings- en diagnose fase. In (ongeveer) 5 sessies wordt de interne structuur van het kind verkend. “Hoe zit dit kind in elkaar” Daarbij wordt ook zo mogelijk nagegaan of er sprake is van een stoornis ( in de aanleg meegegeven), van een belemmering (een in en door de omgeving ontstaan probleem) of van een combinatie van die twee.
De uitvoering van het behandelplan. Bespreking van dit behandelplan maakt de ouders ook duidelijk waardoor problemen kunnen blijven bestaan en wat er voor nodig is om ze op te lossen.
Ter afronding van de therapie vindt er een evaluatie plaats met de ouders en met het kind. Afzonderlijk van elkaar. Het kind bepaalt uiteindelijk wanneer de therapie stopt, tenzij er andere dwingende redenen zijn die dat bewerkstelligen.
In de therapie worden allerlei materialen en hulpmiddelen gebruikt zoals knuffels,
spelletjes, speelgoed die bij de belevingswereld van het kind passen. Ook worden
interventie technieken gebruikt met de bedoeling om zo nauwkeurig mogelijk aan
te sluiten bij de communicatievorm die het kind kiest of die het uit zichzelf
bezit.
Sommige kinderen praten gemakkelijk en graag, andere kinderen uiten zich meer
en liever door spel. Sommige kinderen zijn uit hun aard enthousiast en coöperatief,
andere blijven op hun eigen eilandje en geven zich moeizaam.
Elk kind heeft recht op een speciale en op zijn/haar behoefte toegespitstse
benadering.
Hoe bereid
je je kind voor?
De navolgende (informatieve) tekst kun je je kind voorlezen of zelf laten lezen.
Als je hulp nodig hebt bij het oplossen van je problemen of als je ergens last van hebt, dan kun je bij mij terecht. Dat betekent dat je bij mij kunt komen om te spelen, of te praten en te luisteren.
Heel veel kinderen hebben last van:
Nare gevoelens zoals ‘je schuldig voelen’ of ‘je schamen’ of je eenzaam, verdrietig voelen.
Rottige gedachten omdat het niet zo goed op school gaat. Of omdat je niet goed weet wat je wilt of wat je kunt.
Onhandig gedrag: Vaak niet weten hoe je vrienden kunt maken of houden. Dat je ‘het gevoel hebt dat iedereen je pest’ of dat je niets durft te vragen of te zeggen.
Dingen die niet overgaan: bijv. angstig zijn in het donker, of duimen, bedplassen. Of alleen naar school lopen, naar de dokter gaan.
Waar heb jij nou last van?
Wil je iets doen aan dat nare waar je last van hebt? Of vind
je dat jij geen probleem hebt, maar je vader of moeder of nog iemand anders?
Ook daarover kun je komen praten.Hoe gaat het verder als je vader en moeder het goed vinden dat je komt?